donderdag 19 maart 2015

Het kookboekje van Lambertine Rubens (1846)

Sinds 1969 bewaren we in het stadsarchief het archieffonds de Schaetzen de Schaetzenhoff. Enkele jaren geleden werd dit uitgebreid met nieuwe overdrachten en geplaatst onder de archieffondsen de Schaetzen en de Schaetzen van Brienen. Dat deze archieffondsen unieke stukken bevatten, bewijzen de vele artikels die hier doorheen de jaren al aan gewijd of uit geput zijn.

Dat alle schatten in deze fondsen nog niet ontdekt zijn, wordt bewezen doordat bij een recente herinventarisatie van het fonds de Schaetzen van Brienen een heel bijzonder kookboekje werd ontdekt. Het werd in 1846 opgesteld door Lambertine Schaetzen (geboren Rubens) voor haar toen elfjarige dochter Hortanse Schaetzen want le plus difficile des arts est celui de nourrir les humains.

Hortanse Caroline Schaetzen werd geboren in 1835 als dochter van Ulric Schaetzen en Marie-Thérèse de Bellefroid. Ze huwde haar neef, ridder Oscar de Schaetzen, maar overleed al op amper 25-jarige leeftijd in 1860.

Het is voor deze Hortanse dat haar moeder dit kookboekje samenstelde.  Moeder Lambertine Rubens (1790-1867) was de dochter van bekend genealoog Arnold Rubens en Anna-Elisabeth Schaetzen. Dat echtpaar bewoonde een groot pand in de Maastrichterstraat.

De man van Hortanse, ridder Oscar de Schaetzen, hertrouwde in 1865 met Marie-Thérèse de Corswarem. Met haar betrok hij een pand in de Repenstraat (oud gebouw financiën). Hortanse liet haar man niet enkel dit kleine kookboekje, maar ook tal van papieren over Tongerse families en een hele uitgebreide collectie genealogische en heraldische stukken.

Jammer genoeg heeft ze het kookboekje niet lang kunnen gebruiken, maar het biedt ons wel een unieke bron over het gastronomische leven in het midden van de negentiende eeuw. Gegevens hierover vinden we in het merendeel terug via allerhande feestmenu’s. Maar zoals het woord dat zelf zegt, betreft het hier natuurlijk bijzondere recepten en geen dagdagelijkse kost. En anderzijds zijn er de gerechten die we afleiden uit tekeningen, verhalen, enzovoort uit de meer armere keuken. De alledaagse gerechten, weliswaar van een gegoede familie, zijn ons niet zo goed bekend.

Bij het lezen van het kookboekje valt echter op hoezeer de keuken uit het midden van negentiende eeuw nog zo gelijkt op de onze. Uiteraard zonder Italiaanse of Aziatische of welke invloeden dan ook. Een simpele keuken met eerlijke gerechten, zou men tijdens een hedendaagse kookprogramma zeggen. Er werd gekozen voor lokale producten, maar met “exotische” toetsen die toch gemakkelijk te verkrijgen waren zoals bijvoorbeeld citroenen. Opvallend is hoe weinig er gekruid werd, hetgeen de natuurlijke smaken wel meer in het daglicht zette.

Het kookboekje behandelt gewone recepten zoals rijsttaart, bladerdeeg, rosbief, … maar ook moeilijkere zoals allerhande vulsels (van varken, kip, vis) en paté’s.

Om u al het water in de mond te brengen alvast een recept. Lekker, gemakkelijk, maar het wordt amper nog gemaakt : mergpudding…

Meng volgende ingrediënten samen : acht fijngemaakte beschuiten, het merg van twee pijpjes, opgeklopt wit van zes eieren, een glas Franse brandewijn (bv. cognac), een beetje kaneel en wat suiker. Voeg daar nog een half pond rozijnen aan toe.

Doet dit alles in een vorm die bekleed is met ingevet bakpapier, besmeer het open deel met bakboter en fijngemaakte beschuit en laat dit twee uur koken of in de oven garen.

We hebben het recept nog niet uitgeprobeerd, maar dit zal zeker één van de 178 recepten zijn die een keertje de oven in mogen…

Dit unieke boekje zal zeker nog uitgegeven worden. Smakelijk !

 

donderdag 5 maart 2015

Een oorkonde uit 1245

Enkele weken geleden werd een oorkonde verworven. Het gaat om een akte uit 1245 (gedateerd na 24 oktober).
In de akte bevestigt Robrecht van Thourotte, prinsbisschop van Luik, een akkoord dat is afgesloten tussen de plebaan van Tongeren en de begijnen.
In dat akkoord gaf meester Theobald, plebaan (hoofdpastoor) van Tongeren, toestemming aan de begijnen om de mis te volgen in de kerk van het Sint-Jacobusgasthuis. Dat gebeurde toen met goedkeuring van de prinsbisschop, de deken van het Sint-Lambertuskapittel van Luik, de aartsdiaken van Haspengouw en de proost van Tongeren.
Zowel het begijnhof als het gasthuis waren toen nog buiten de Kruispoort gevestigd, ongeveer op de plek waar zich nu de gebouwen van Casino bevinden.
Het begijnhof verhuisde echter al in 1257 naar de huidige plek binnen de wallen en het gasthuis volgde in 1276. Reden hiervoor was de oorlogsdreiging en natuurlijk het feit dat de nieuwe middeleeuwse wallen gereed waren en er een plek genoeg was aan de oostzijde en noordzijde binnen de nieuwe omwalling…
Aan de akte hangt het grootzegel van de prinsbisschop. Het toont een zittende bisschop en heeft als opschrift S. ROBERTI DEI GRACIA (leo)DIENSIS EPISCOP(i). Op de achterzijde staat de tekst MISERERE MEI DEUS.

Met dank aan Albert Knapen voor de foto.

donderdag 26 februari 2015

Een bijzonder(e) oude foto van Koninksem

Een bijzonder oude foto met een bijzondere afbeelding hebben we eindelijk weten te situeren.

 

Naar aanleiding van een dorpsevenement in Koninksem, aanstaande zondag 1 maart, wordt onder andere een lezing gegeven over de geschiedenis van het dorp. In vogelvlucht, want er valt veel te vertellen en te tonen. Daarom dat ook op zoek werd gegaan naar oude foto’s.

 

In een fotoalbum dat wordt bewaard in het stadsarchief troffen we enkele foto’s aan uit de jaren 1868-1870.

Meest in het oog springend is een foto van een gebouw. In eerste instantie is niet duidelijk waar dit gelegen is of was.

 

Omdat we de fotograaf kennen, onze Jan Karel Thys waar we het al een paar afleveringen over hebben gehad in de blog, konden we zoeken in kadastergegevens. En inderdaad, hij was eigenaar van een pand op de grens van Tongeren. Dan moeten we er verder ook bij vertellen dat hij de zoon was van Jan Thys (uit Maastricht) en Maria Loverix uit Koninksem.

Blijkbaar was er één groot complex op de grens van Koninksem met Tongeren dat eigendom was van de familie Loverix. In de jaren 1840 werd dat gedeeld en kwam in handen van Jan Loverix, burgemeester van Koninksem, en Jan Thys als man van Maria Loverix.

 

Als gepassioneerd historicus was Thys ook geïnteresseerd in fotografie. We hebben verschillende foto’s die door hem zijn genomen, waarvan sommige zijn samengebundeld in een album met zichten van Tongeren en objecten uit de schatkamer, allemaal genomen in de jaren 1868-1891.

Daarmee horen die foto’s tot de oudste die we hebben. Terzijde, de oudste foto die we hebben van Tongeren is genomen in 1859 en toont de paardenmarkt, opgesteld op de Grote Markt richting de Plein.

 

De gegevens van het kadaster, gekoppeld met enkele andere kaartgegevens en hedendaagse foto’s, leverden ons de exacte ligging van dat pand op.

Het was gelegen op de hoek van de Linderstraat met de Koninksemstraat. Het gedeelte dat eigendom was van de familie Thys bestaat vandaag de dag niet meer. Het gedeelte eigendom van de familie Loverix is nu de witte hoeve, jammer genoeg in slechte staat, als je Koninksem binnenrijdt.

 

Een andere foto is in de buurt genomen en toont twee mannen (waarschijnlijk familie van Thys) aan strohopen. De twee andere foto’s zijn winterbeelden uit december 1868 en zijn genomen in de tuin van de hoeve.

 

donderdag 19 februari 2015

Groot Tongeren, een eeuw wielrennen

“Groot Tongeren, een eeuw wielrennen” is een net verschenen boek dat de geschiedenis van het Tongerse wielrennen vertelt.

In totaal zullen er vier delen verschijnen met de beschrijving van de wielerloopbaan van de belangrijkste Tongerse profwielrenners, hun meest frappante overwinningen en tal van foto’s.

Het eerste deel bevat onder andere de levensbeschrijvingen van de wielrenners Victor Lenaers, Antoine Loix, Antoine Loncke en Justin Ketelslegers.

 

Het mooi geïllustreerde deel dat net uit is (totaal 68 pagina’s), is te verkrijgen aan de prijs van 15 euro (+ 3 euro verzendingskosten) door storting op rekeningnummer BE74 1043 6272 7507 (Bic NICABEBB) met vermelding van naam en adres. De winst van de verkoop wordt afgestaan aan een goed doel.

Deel 2 verschijnt rond 15 oktober 2015.

 

Voor meer informatie kan je terecht bij Josy Deckers via 012 23 90 62 of via josy_deckers@hotmail.com

Proficiat aan de auteurs Josy Deckers, Michel Adams en Pieter Simons die met dit mooie werk weer een stukje geschiedenis van Tongeren in beeld brengen.

woensdag 18 februari 2015

De collectie Charles Thys (5) : feest in Tongeren

De wikipedia-pagina over “feest” vertelt het volgende : een feest is een samenkomst van een onbepaald aantal personen ter gelegenheid van een heuglijke gebeurtenis of een gedenkdag.

De heuglijke gebeurtenis kan een huwelijk, verjaardag of geboorte zijn. Een feest kan ook zonder directe aanleiding plaatsvinden. Feesten worden ook wel partijen genoemd, waarbij drank en voedsel tot ieders beschikking staan. Muziek kan, alsmede versiering, onderdeel zijn van een goed feest.

Om het feestelijk karakter van de bijeenkomst te benadrukken kan men feestkleding en sieraden dragen, al dan niet in overeenstemming met de etiquette…

 

Charles Thys was absoluut niet gekend als een groot feestvierder, maar een goed glas wijn en een lekkere hap konden hem zeker smaken. We vinden dan ook in zijn collectie een veertigtal stukken terug over “feesten in Tongeren”. Het zijn enerzijds uitnodigingen die hij heeft ontvangen en stukken over feesten die hij heeft bijgewoond zoals van de Société d’Union. En anderzijds zijn het heel wat bijzondere stukken die hij heeft verzameld uit die tijd zoals bijvoorbeeld over het carnaval.

Bij zijn uitnodigingen zit onder andere die voor de inhuldiging van het standbeeld van Ambiorix met bijhorende menukaart van het diner dat nadien in de feestzaal werd aangeboden voor onder andere koning Leopold II.

Als jager was Charles Thys ook aanwezig op de Sint-Hubertusfeesten waar we ook een uitnodiging van hebben teruggevonden.

 

Leuk voor de petite histoire zijn echter de stukken die hij heeft verzameld over het Tongers carnaval.

De stoet zoals we die nu kennen trok de eerste keer door de straten op 24 februari 1952. Mits een “maskerkaart” mocht men zelfs verkleed gaan. Het dragen van een moembakkes was doorheen de rest van het jaar namelijk verboden. De organisatie van het carnaval werd geleid door het stedelijk feestcomité dat in 1951 was opgericht. Geen simpele zaak met een nogal levende rivaliteit tussen de verschillende zalen, verenigingen, voetbalclubs… Er moest daarom een “systeem” bedacht worden waarbij iedereen aan bod kwam : ’s zaterdags kinderstoet, zondag grote carnaval en ’s avonds bal in het Volkshuis, ’s maandags bal in Concordia en ’s dinsdags bal in Casino… Woensdag werden bij de apotheker pillekes tegen de sjait en de preddel gehaald…

Het feestcomité werd in 1955 herdoopt tot de “Orde van Morepoit tot Bukeberg”. In die periode ontstonden ook de reuzen Rukes en Bet en hun zoon Jeangke die op de Riedijk werd geboren. http://www.riddersvanmorepoittotbukeberg.be/home.html

 

Het carnaval in Tongeren is echter veel ouder dan 1952. Oorspronkelijk was het een katholiek feest dat plaatsvond in de drie dagen voor Aswoensdag. Eén van de oudste vermeldingen van carnaval in Vlaanderen zou zelfs te Tongeren zijn. Op 7 februari 1535 verbood de stad om op Vastenavond vermomd rond te lopen. Feesten mocht wel. Vermoedelijk is het carnaval zelfs nog ouder want al in 1478 komen we het verbod op vermommen tegen en in rekeningen uit het begin van de vijftiende eeuw is er sprake van muzikanten en het schenken van drank met Vastenavond.

Dat verbod op verkleden bleef, zoals we zien in 1569 toen twee personen werden veroordeeld omdat ze met “duivelskleren” hadden rondgelopen. Of in 1620 toen mensen werden vervolgd die “in nonnenkleren hadden rondgelopen met een bel en rad aan het hoofd en een windmolen van kaartspelen in de hand”. Of in 1790 toen een zekere Jan Timmermans uit Kortessem verkleed had rondgelopen in Tongeren, met siroop op zijn gezicht gesmeerd en aan het vechten was geraakt…

 

Het carnaval zoals we het nu kennen in Vlaanderen ontstond in de negentiende eeuw. Oudste doorlopende stoet is de Halfvastenstoet van Maaseik die al uitgaat sinds 1865.

Vier jaren eerder, op 2 maart 1862, vond in Tongeren een eerste cavalcade plaats sinds de achttiende eeuw. Dit soort verkleedde optochten vonden regelmatig plaats met bijhorende bals in Concordia en Casino, maar niet jaarlijks, tot de nieuwe stoet er kwam in 1952.

De jaren daarvoor, jaren 1830-1850, vonden er weliswaar ook cavalcades en bals plaats, maar die waren dan gekoppeld aan Tongeren kermis of aan belangrijke gebeurtenissen zoals de viering van 25 jaar België…

Voorbeeld van een mooie optocht is de stoet die op 21 en 26 februari 1871 doorheen de stad trok. Duizenden bezoekers trokken naar de stad om de stoet te zien die vanaf Bilzerpoort vertrok. Voorop liepen de zwaarddansers (Machielen) gevolgd door wagens van de leerlooiers, schoenmakers, de Calabreesche rovers, enzovoort. Publiekstrekker was de Moep, de grootste muilentrekker van Tongeren, en een “groot panorama waar men voor 5 centiemen de grootste wonderen van de wereld kon zien”…

 

woensdag 11 februari 2015

Voorstelling DNA-onderzoek op 24 februari

Einde 2012 werden van tientallen Tongenaren en van mensen afkomstig uit Tongeren DNA-stalen genomen.

Het betrof allemaal mannen waarvan aangetoond werd dat hun familie tijdens de middeleeuwen in Tongeren vertoefde. Doelstelling was om een eventuele verwantschap aan te tonen met Mediterraanse volken die tijdens de Romeinse overheersing hier terecht kwamen.

Als case-study werd gekozen voor Tongeren als oude Romeinse stad en Velzeke (Oost-Vlaanderen) en Oudenburg (West-Vlaanderen) als Romeinse nederzettingen.

In een intensieve samenwerking met het stadsarchief ging dr. Maarten Larmuseau, die gespecialiseerd is in genetica, op zoek naar mannelijke personen uit Tongeren met een gedocumenteerde afstamming tot in de middeleeuwen.

Uiteindelijk werden meer dan vijftig families gecontacteerd om een staal te geven.

Ondertussen is dit onderzoek afgerond. Het heeft geleid tot spectaculaire resultaten waarover we nog niet veel kunnen verklappen, zoals bijvoorbeeld dat er bij sommige Tongenaren Vikingbloed is aangetroffen…

Het onderzoek wordt 24 februari gepresenteerd door het team van dr. Larmuseau. De voorstelling gaat van start om 20u en vindt plaats in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum. Aansluitend hierop wordt een Engelstalig artikel gepubliceerd en nadien volgt een meer toegankelijke versie van de onderzoeksresultaten in het Nederlands.

Iedereen welkom!

 

donderdag 5 februari 2015

De collectie Charles Thys (4) : stukken over de aanleg van de spoorlijn Bilzen-Tongeren en Tongeren-Luik

In de periode dat Charles Thys zijn stukken verzamelde, was er één hot topic in Tongeren. In de periode 1830-1840 had iedereen het over de rechtbank, vanaf de jaren 1880 waren er de politieke conflicten en de schoolstrijd. Maar in de tussentijd ging de aanleg van een spoorlijn over ieders lippen.

De eerste spoorlijn van België, de lijn Brussel-Mechelen, werd in 1835 geopend. In de daaropvolgende jaren werden er door de Belgische Staat een 400 kilometer spoorwegen aangelegd. Vanaf 1843 volgden privé-investeerders. Tegen 1870 had de Staat circa 860 kilometer spoorwegen en privébedrijven 2.300 kilometer. Die laatste werden vanaf toen systematisch genationaliseerd.

Einde negentiende eeuw was een volgende “mijlpaal” voor de spoorwegen met de oprichting van de Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen die voor Tongeren en de omgeving tot de jaren 1950 van zeer groot belang was.

Laatste grote “mijlpaal” was in de jaren 1930 de start van de electrificatie van de spoorwegen…

 

Op 25 mei 1856 besliste de Belgische regering tot de aanleg van een spoorlijn van Bilzen via Tongeren naar Luik (lijn 34). Het duurde vijf jaar alvorens iemand de concessie wilde lichten zodat pas op 10 december de “Compagnie du chemin de fer de Tongres à Bilzen” werd opgericht. Op 9 november 1863 vertrok de eerste trein van Tongeren naar Bilzen en een jaar later reed de eerste trein van Tongeren naar Glons. Wie meer wil lezen over het tot stand komen van deze spoorlijn 34 raden we volgende links aan http://rixke.tassignon.be/spip.php?article140&artpage=6-6&lang=fr en http://www.landrada.be/varia/artikels_tesi/26_spoorlijn.pdf

De eerste proeftrip liep al bijna meteen fout af. De trein was om 11u vertrokken uit Munsterbilzen met acht personen aan boord. Voorbij Hoeselt ontspoorde de locomotief waarbij de machinist verbrand geraakte. De passagiers moesten uit de raampjes kruipen en te voet terugkeren.

De start kende echter niet alleen technische moeilijkheden. Ook met de uitbating, de concessie, liep het niet vlot. Geruzie tussen directieleden, financiële problemen, etc. kenmerkten de beginperiode.

 

Over de opening van de lijn, de latere uitbating, enzovoort is veel materiaal aanwezig. Maar over het getouwtrek en de vele voorstellen uit de jaren 1840-1860 is voor Tongeren amper informatie te vinden. Daarmee dat de veertigtal stukken die Thys verzamelde zo een rijke bron aan gegevens zijn.

Getoond worden enkele afbeeldingen uit de collectie. De stukken zijn raadpleegbaar in de leeszaal net zoals de bestaande collecties over het station en de buurtspoorwegen.

Het eerste stuk dat we tonen (anno 1856) is een zogenaamde dialoog, eerder een politiek stuk, tussen gemeenteraadslid en voormalig provincieraadslid Tournaye en een zekere “maitre Pierre” die geïdentificeerd is als meneer Petit de Rosen. Beide Tongenaren gaan in discussie over de aanleg van een spoorlijn en de (politieke) vertragingen die er zijn.

Het tweede stuk is een brief van het gemeentebestuur van Koninksem (anno 1859), gericht aan de Belgische Staat, om de spoorlijn van Tongeren te promoten. Deze kan de verkoop van hun landbouwproducten bevorderen.

Het volgende stuk (einde jaren 1850) is een vergelijking van twee mogelijke spoorlijnen van Hasselt via Tongeren naar Luik. De ene lijn loopt via Bilzen, de andere via Wimmertingen. Geen van deze lijnen is op die manier gerealiseerd, noch de lijn naar Luik.

Het vierde stuk (1860) is de melding door La Vedette du Limbourg dat de concessie getekend is voor de lijn Bilzen-Tongeren.

Het vijfde stuk (1861) is een lied geschreven op de maten van het Belgisch volkslied en gaat over de nakende gemeenteraadsverkiezingen van juli 1861 en de relatie met de spoorlijn.

Laatste stuk dat we als voorbeeld geven (1861) uit de collectie Thys is een Franstalig lied “Le progrès par la liberté” en is eveneens te kaderen binnen de nakende gemeenteraadsverkiezingen.