donderdag 26 februari 2015

Een bijzonder(e) oude foto van Koninksem

Een bijzonder oude foto met een bijzondere afbeelding hebben we eindelijk weten te situeren.

 

Naar aanleiding van een dorpsevenement in Koninksem, aanstaande zondag 1 maart, wordt onder andere een lezing gegeven over de geschiedenis van het dorp. In vogelvlucht, want er valt veel te vertellen en te tonen. Daarom dat ook op zoek werd gegaan naar oude foto’s.

 

In een fotoalbum dat wordt bewaard in het stadsarchief troffen we enkele foto’s aan uit de jaren 1868-1870.

Meest in het oog springend is een foto van een gebouw. In eerste instantie is niet duidelijk waar dit gelegen is of was.

 

Omdat we de fotograaf kennen, onze Jan Karel Thys waar we het al een paar afleveringen over hebben gehad in de blog, konden we zoeken in kadastergegevens. En inderdaad, hij was eigenaar van een pand op de grens van Tongeren. Dan moeten we er verder ook bij vertellen dat hij de zoon was van Jan Thys (uit Maastricht) en Maria Loverix uit Koninksem.

Blijkbaar was er één groot complex op de grens van Koninksem met Tongeren dat eigendom was van de familie Loverix. In de jaren 1840 werd dat gedeeld en kwam in handen van Jan Loverix, burgemeester van Koninksem, en Jan Thys als man van Maria Loverix.

 

Als gepassioneerd historicus was Thys ook geïnteresseerd in fotografie. We hebben verschillende foto’s die door hem zijn genomen, waarvan sommige zijn samengebundeld in een album met zichten van Tongeren en objecten uit de schatkamer, allemaal genomen in de jaren 1868-1891.

Daarmee horen die foto’s tot de oudste die we hebben. Terzijde, de oudste foto die we hebben van Tongeren is genomen in 1859 en toont de paardenmarkt, opgesteld op de Grote Markt richting de Plein.

 

De gegevens van het kadaster, gekoppeld met enkele andere kaartgegevens en hedendaagse foto’s, leverden ons de exacte ligging van dat pand op.

Het was gelegen op de hoek van de Linderstraat met de Koninksemstraat. Het gedeelte dat eigendom was van de familie Thys bestaat vandaag de dag niet meer. Het gedeelte eigendom van de familie Loverix is nu de witte hoeve, jammer genoeg in slechte staat, als je Koninksem binnenrijdt.

 

Een andere foto is in de buurt genomen en toont twee mannen (waarschijnlijk familie van Thys) aan strohopen. De twee andere foto’s zijn winterbeelden uit december 1868 en zijn genomen in de tuin van de hoeve.

 

donderdag 19 februari 2015

Groot Tongeren, een eeuw wielrennen

“Groot Tongeren, een eeuw wielrennen” is een net verschenen boek dat de geschiedenis van het Tongerse wielrennen vertelt.

In totaal zullen er vier delen verschijnen met de beschrijving van de wielerloopbaan van de belangrijkste Tongerse profwielrenners, hun meest frappante overwinningen en tal van foto’s.

Het eerste deel bevat onder andere de levensbeschrijvingen van de wielrenners Victor Lenaers, Antoine Loix, Antoine Loncke en Justin Ketelslegers.

 

Het mooi geïllustreerde deel dat net uit is (totaal 68 pagina’s), is te verkrijgen aan de prijs van 15 euro (+ 3 euro verzendingskosten) door storting op rekeningnummer BE74 1043 6272 7507 (Bic NICABEBB) met vermelding van naam en adres. De winst van de verkoop wordt afgestaan aan een goed doel.

Deel 2 verschijnt rond 15 oktober 2015.

 

Voor meer informatie kan je terecht bij Josy Deckers via 012 23 90 62 of via josy_deckers@hotmail.com

Proficiat aan de auteurs Josy Deckers, Michel Adams en Pieter Simons die met dit mooie werk weer een stukje geschiedenis van Tongeren in beeld brengen.

woensdag 18 februari 2015

De collectie Charles Thys (5) : feest in Tongeren

De wikipedia-pagina over “feest” vertelt het volgende : een feest is een samenkomst van een onbepaald aantal personen ter gelegenheid van een heuglijke gebeurtenis of een gedenkdag.

De heuglijke gebeurtenis kan een huwelijk, verjaardag of geboorte zijn. Een feest kan ook zonder directe aanleiding plaatsvinden. Feesten worden ook wel partijen genoemd, waarbij drank en voedsel tot ieders beschikking staan. Muziek kan, alsmede versiering, onderdeel zijn van een goed feest.

Om het feestelijk karakter van de bijeenkomst te benadrukken kan men feestkleding en sieraden dragen, al dan niet in overeenstemming met de etiquette…

 

Charles Thys was absoluut niet gekend als een groot feestvierder, maar een goed glas wijn en een lekkere hap konden hem zeker smaken. We vinden dan ook in zijn collectie een veertigtal stukken terug over “feesten in Tongeren”. Het zijn enerzijds uitnodigingen die hij heeft ontvangen en stukken over feesten die hij heeft bijgewoond zoals van de Société d’Union. En anderzijds zijn het heel wat bijzondere stukken die hij heeft verzameld uit die tijd zoals bijvoorbeeld over het carnaval.

Bij zijn uitnodigingen zit onder andere die voor de inhuldiging van het standbeeld van Ambiorix met bijhorende menukaart van het diner dat nadien in de feestzaal werd aangeboden voor onder andere koning Leopold II.

Als jager was Charles Thys ook aanwezig op de Sint-Hubertusfeesten waar we ook een uitnodiging van hebben teruggevonden.

 

Leuk voor de petite histoire zijn echter de stukken die hij heeft verzameld over het Tongers carnaval.

De stoet zoals we die nu kennen trok de eerste keer door de straten op 24 februari 1952. Mits een “maskerkaart” mocht men zelfs verkleed gaan. Het dragen van een moembakkes was doorheen de rest van het jaar namelijk verboden. De organisatie van het carnaval werd geleid door het stedelijk feestcomité dat in 1951 was opgericht. Geen simpele zaak met een nogal levende rivaliteit tussen de verschillende zalen, verenigingen, voetbalclubs… Er moest daarom een “systeem” bedacht worden waarbij iedereen aan bod kwam : ’s zaterdags kinderstoet, zondag grote carnaval en ’s avonds bal in het Volkshuis, ’s maandags bal in Concordia en ’s dinsdags bal in Casino… Woensdag werden bij de apotheker pillekes tegen de sjait en de preddel gehaald…

Het feestcomité werd in 1955 herdoopt tot de “Orde van Morepoit tot Bukeberg”. In die periode ontstonden ook de reuzen Rukes en Bet en hun zoon Jeangke die op de Riedijk werd geboren. http://www.riddersvanmorepoittotbukeberg.be/home.html

 

Het carnaval in Tongeren is echter veel ouder dan 1952. Oorspronkelijk was het een katholiek feest dat plaatsvond in de drie dagen voor Aswoensdag. Eén van de oudste vermeldingen van carnaval in Vlaanderen zou zelfs te Tongeren zijn. Op 7 februari 1535 verbood de stad om op Vastenavond vermomd rond te lopen. Feesten mocht wel. Vermoedelijk is het carnaval zelfs nog ouder want al in 1478 komen we het verbod op vermommen tegen en in rekeningen uit het begin van de vijftiende eeuw is er sprake van muzikanten en het schenken van drank met Vastenavond.

Dat verbod op verkleden bleef, zoals we zien in 1569 toen twee personen werden veroordeeld omdat ze met “duivelskleren” hadden rondgelopen. Of in 1620 toen mensen werden vervolgd die “in nonnenkleren hadden rondgelopen met een bel en rad aan het hoofd en een windmolen van kaartspelen in de hand”. Of in 1790 toen een zekere Jan Timmermans uit Kortessem verkleed had rondgelopen in Tongeren, met siroop op zijn gezicht gesmeerd en aan het vechten was geraakt…

 

Het carnaval zoals we het nu kennen in Vlaanderen ontstond in de negentiende eeuw. Oudste doorlopende stoet is de Halfvastenstoet van Maaseik die al uitgaat sinds 1865.

Vier jaren eerder, op 2 maart 1862, vond in Tongeren een eerste cavalcade plaats sinds de achttiende eeuw. Dit soort verkleedde optochten vonden regelmatig plaats met bijhorende bals in Concordia en Casino, maar niet jaarlijks, tot de nieuwe stoet er kwam in 1952.

De jaren daarvoor, jaren 1830-1850, vonden er weliswaar ook cavalcades en bals plaats, maar die waren dan gekoppeld aan Tongeren kermis of aan belangrijke gebeurtenissen zoals de viering van 25 jaar België…

Voorbeeld van een mooie optocht is de stoet die op 21 en 26 februari 1871 doorheen de stad trok. Duizenden bezoekers trokken naar de stad om de stoet te zien die vanaf Bilzerpoort vertrok. Voorop liepen de zwaarddansers (Machielen) gevolgd door wagens van de leerlooiers, schoenmakers, de Calabreesche rovers, enzovoort. Publiekstrekker was de Moep, de grootste muilentrekker van Tongeren, en een “groot panorama waar men voor 5 centiemen de grootste wonderen van de wereld kon zien”…

 

woensdag 11 februari 2015

Voorstelling DNA-onderzoek op 24 februari

Einde 2012 werden van tientallen Tongenaren en van mensen afkomstig uit Tongeren DNA-stalen genomen.

Het betrof allemaal mannen waarvan aangetoond werd dat hun familie tijdens de middeleeuwen in Tongeren vertoefde. Doelstelling was om een eventuele verwantschap aan te tonen met Mediterraanse volken die tijdens de Romeinse overheersing hier terecht kwamen.

Als case-study werd gekozen voor Tongeren als oude Romeinse stad en Velzeke (Oost-Vlaanderen) en Oudenburg (West-Vlaanderen) als Romeinse nederzettingen.

In een intensieve samenwerking met het stadsarchief ging dr. Maarten Larmuseau, die gespecialiseerd is in genetica, op zoek naar mannelijke personen uit Tongeren met een gedocumenteerde afstamming tot in de middeleeuwen.

Uiteindelijk werden meer dan vijftig families gecontacteerd om een staal te geven.

Ondertussen is dit onderzoek afgerond. Het heeft geleid tot spectaculaire resultaten waarover we nog niet veel kunnen verklappen, zoals bijvoorbeeld dat er bij sommige Tongenaren Vikingbloed is aangetroffen…

Het onderzoek wordt 24 februari gepresenteerd door het team van dr. Larmuseau. De voorstelling gaat van start om 20u en vindt plaats in het auditorium van het Gallo-Romeins Museum. Aansluitend hierop wordt een Engelstalig artikel gepubliceerd en nadien volgt een meer toegankelijke versie van de onderzoeksresultaten in het Nederlands.

Iedereen welkom!

 

donderdag 5 februari 2015

De collectie Charles Thys (4) : stukken over de aanleg van de spoorlijn Bilzen-Tongeren en Tongeren-Luik

In de periode dat Charles Thys zijn stukken verzamelde, was er één hot topic in Tongeren. In de periode 1830-1840 had iedereen het over de rechtbank, vanaf de jaren 1880 waren er de politieke conflicten en de schoolstrijd. Maar in de tussentijd ging de aanleg van een spoorlijn over ieders lippen.

De eerste spoorlijn van België, de lijn Brussel-Mechelen, werd in 1835 geopend. In de daaropvolgende jaren werden er door de Belgische Staat een 400 kilometer spoorwegen aangelegd. Vanaf 1843 volgden privé-investeerders. Tegen 1870 had de Staat circa 860 kilometer spoorwegen en privébedrijven 2.300 kilometer. Die laatste werden vanaf toen systematisch genationaliseerd.

Einde negentiende eeuw was een volgende “mijlpaal” voor de spoorwegen met de oprichting van de Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen die voor Tongeren en de omgeving tot de jaren 1950 van zeer groot belang was.

Laatste grote “mijlpaal” was in de jaren 1930 de start van de electrificatie van de spoorwegen…

 

Op 25 mei 1856 besliste de Belgische regering tot de aanleg van een spoorlijn van Bilzen via Tongeren naar Luik (lijn 34). Het duurde vijf jaar alvorens iemand de concessie wilde lichten zodat pas op 10 december de “Compagnie du chemin de fer de Tongres à Bilzen” werd opgericht. Op 9 november 1863 vertrok de eerste trein van Tongeren naar Bilzen en een jaar later reed de eerste trein van Tongeren naar Glons. Wie meer wil lezen over het tot stand komen van deze spoorlijn 34 raden we volgende links aan http://rixke.tassignon.be/spip.php?article140&artpage=6-6&lang=fr en http://www.landrada.be/varia/artikels_tesi/26_spoorlijn.pdf

De eerste proeftrip liep al bijna meteen fout af. De trein was om 11u vertrokken uit Munsterbilzen met acht personen aan boord. Voorbij Hoeselt ontspoorde de locomotief waarbij de machinist verbrand geraakte. De passagiers moesten uit de raampjes kruipen en te voet terugkeren.

De start kende echter niet alleen technische moeilijkheden. Ook met de uitbating, de concessie, liep het niet vlot. Geruzie tussen directieleden, financiële problemen, etc. kenmerkten de beginperiode.

 

Over de opening van de lijn, de latere uitbating, enzovoort is veel materiaal aanwezig. Maar over het getouwtrek en de vele voorstellen uit de jaren 1840-1860 is voor Tongeren amper informatie te vinden. Daarmee dat de veertigtal stukken die Thys verzamelde zo een rijke bron aan gegevens zijn.

Getoond worden enkele afbeeldingen uit de collectie. De stukken zijn raadpleegbaar in de leeszaal net zoals de bestaande collecties over het station en de buurtspoorwegen.

Het eerste stuk dat we tonen (anno 1856) is een zogenaamde dialoog, eerder een politiek stuk, tussen gemeenteraadslid en voormalig provincieraadslid Tournaye en een zekere “maitre Pierre” die geïdentificeerd is als meneer Petit de Rosen. Beide Tongenaren gaan in discussie over de aanleg van een spoorlijn en de (politieke) vertragingen die er zijn.

Het tweede stuk is een brief van het gemeentebestuur van Koninksem (anno 1859), gericht aan de Belgische Staat, om de spoorlijn van Tongeren te promoten. Deze kan de verkoop van hun landbouwproducten bevorderen.

Het volgende stuk (einde jaren 1850) is een vergelijking van twee mogelijke spoorlijnen van Hasselt via Tongeren naar Luik. De ene lijn loopt via Bilzen, de andere via Wimmertingen. Geen van deze lijnen is op die manier gerealiseerd, noch de lijn naar Luik.

Het vierde stuk (1860) is de melding door La Vedette du Limbourg dat de concessie getekend is voor de lijn Bilzen-Tongeren.

Het vijfde stuk (1861) is een lied geschreven op de maten van het Belgisch volkslied en gaat over de nakende gemeenteraadsverkiezingen van juli 1861 en de relatie met de spoorlijn.

Laatste stuk dat we als voorbeeld geven (1861) uit de collectie Thys is een Franstalig lied “Le progrès par la liberté” en is eveneens te kaderen binnen de nakende gemeenteraadsverkiezingen.

 

donderdag 29 januari 2015

Nieuwe straatnamen

Op de afgelopen gemeenteraad van 26 januari werden verschillende nieuwe straatnamen goedgekeurd.
Veel mensen vragen zich wel eens af hoe we tot zo een straatnaam komen en hoe de procedure van naamgeving loopt.
In het merendeel van de gevallen gaat het om nieuwe straten die een naam nodig hebben. Een nieuwe wijk wordt aangelegd, een veldweg wordt een echte straat, een industrieterrein breidt uit…
In enkele gevallen gaat het om een naamswijziging. Dat gebeurt dan op vraag van de inwoners zelf of op initiatief van de stad. Reden hiervoor is meestal veiligheid. Een straat die wordt doorsneden door een steenweg en waar het niet meer duidelijk is welke huisnummers waar liggen, straten die door de fusies van gemeenten een niet doorlopende huisnummering hebben gekregen… Om historische redenen zijn echter ook al wijzigingen gebeurd zoals de Hasseltsestraat die terug de Hemelingenstraat werd.
De procedure tot naamgeving of wijziging loopt altijd via een melding van een stadsdienst (eventueel op inspraak van een inwoner). Het stadsarchief bereidt een naamgeving voor die voorlopig wordt goedgekeurd door het schepencollege. Hierop volgt een openbaar onderzoek waarbij in principe iedereen inspraak heeft. De naam wordt ook ter advies voorgelegd aan de cultuurraad. Binnen bepaalde contexten worden ook derden om advies gevraagd ; een natuurvereniging, oudere inwoners, belangengroepen, … Op basis hiervan wordt een voorstel gedaan aan de gemeenteraad die overgaat tot een definitieve goedkeuring. De straat krijgt een officiële code en wordt toegevoegd aan diverse databanken. De wijzigingen worden tenslotte ook doorgegeven aan het Agentschap voor geografische informatie Vlaanderen (www.agiv.be en www.geopunt.be ) die ze toevoegen aan hun systeem waarna ze ook voor iedereen raadpleegbaar zijn.
Zover in een notendop hoe de procedure van straatnaamgeving verloopt.

Maar hoe komen we aan een naam? Misschien dat we de toewijzing van nieuwe straatnamen afgelopen gemeenteraad als voorbeeld kunnen nemen.
Een eerste weg waarvoor een naam werd gevraagd, was voor een nieuwe ontsluitingsweg van een binnengebied aan de oude spoorwegbedding en Radiostraat. Het gaat om een bouwproject van veertien sociale huurwoningen op initiatief van Woonzo en NV Kolmont.
Aangezien alle bestaande toponiemen voor deze omgeving al in gebruik waren, werd gekeken naar de context. Er was de aanwezigheid van de radiofabriek, de pannenfabriek, grondwinning, … er was tijdens de Tweede Wereldoorlog een zwaar bombardement geweest op dit gebied… Maar ook hier over waren al namen gegeven aan straten. Natuurlijk is er ook de ligging in de directe nabijheid van de oude spoorwegbedding en hier was nog geen verwijzing naar.
De oude spoorlijn is de zogenaamde Lijn 23. Die werd geopend in 1879 en verbond Tongeren met Drieslinter (Tienen). Tot de jaren 1950 was hier personenvervoer en tot 1981 goederenvervoer. Vanuit het zuiden van Tongeren en verderop Wallonië werden hier voornamelijk bieten mee vervoerd richting de suikerraffinaderij van Tienen. Het spoor kreeg echter vooral de naam van fruitspoor (peren en appels richting de stroopfabrieken). Zo wordt het ook toeristisch gepromoot.
Voorstellen werden gesuggereerd zoals spoorwegzate, verwijzingen naar het bietenspoor, het “krotenspoor” zoals ze in Tongeren zeggen. Maar uiteindelijk kwamen we bij het fruitspoor terecht. Daarmee dat ook de naam “Fruitspoorstraat” werd goedgekeurd.

Een tweede dossier ging over de weg die loopt vanaf de Gousbeemdstraat naar de parking en ingang van het nieuw stedelijk kerkhof te Berg. In eerste instantie was deze toegang naar het kerkhof bedoeld als zij-ingang, maar fungeert die nu als hoofdingang. De volledige weg tot aan de Nellestraat had geen officële benaming. Bij een eventuele calamiteit (ongeluk, medische reden, …) moest steeds de Gousbeemdstraat opgegeven worden. Daarom dat beslist werd deze weg een naam toe te kennen. Op voorstel van de vzw Feestcomité Berg werd een verwijzing gedaan naar de personen Jan en Nicolaas Vrancken. Jan en Nicolaas, geboren te Berg in de jaren 1880, waren schoolmeester te Berg en directeur van de lagere school van het college te Tongeren. Ze hielden onder andere een dagboek bij vanaf de start van de Eerste Wereldoorlog en zijn als dorpsfiguren nog steeds bekend. Een wandelpad dat naar hen werd vernoemd, passeerde langs deze weg. Door de ruilverkaveling kon de wandeling echter niet meer gevolgd worden en werd een gedeelte ervan opgenomen in de recent voorgestelde Verborgen Moois Wandeling. Op voorstel van de cultuurraad werd de naam “Jan en Nicolaas Vranckendreef” aangenomen voor deze weg.

Tenslotte was er nog het project Heuveldal aan Heurkensberg waar sociale woningen, instapwoningen, zorgwoningen, etc. worden gebouwd (achter zaal Ambassador). Er worden vijf nieuwe straten aangelegd. Voor de hoofdas werd voorgesteld “Heuveldal”. Dit verwijst enerzijds naar de naam van het woonproject en anderzijds naar de fysische gesteldheid van het landschap. Voor de grote zij-assen werd voorgesteld : “Op het Heysterveld” en “Hemelrijck”. Het eerste toponiem verwijst rechtstreeks naar de plaatselijke veldnaam (veld omringd door heesters). Het tweede toponiem verwijst naar een plaats die ligt naast “de dodeman” en hier in relatie toe staat (waarschijnlijk moord van iemand).
Voor de kleine zij-assen werd voorgesteld “Eggelmeerbos” en “Hersegatstraat”. Het eerste toponiem verwijst naar het verderop gelegen bos, vroeger gelegen aan een moeras (meer). Eggel is het oude woord voor een bloedzuiger (deze waren vroeger te vinden in onze moerassen). Het toponiem Hersegat verwijst naar het winnen van grond voor brikken en pannen door de Romeinen. Het woord Hers verwijst naar paard. Rond Tongeren waren verschillende paardskerkhoven, vaak aan de grens van de (oude) gemeente. Vermoedelijk verwijst deze naam daar naar.

Zo blijkt dat altijd getracht wordt om de lokale (historische) context te betrekken bij straatnaamgeving. De boeiende geschiedenis van Tongeren wordt zo letterlijk tot aan de huisdeur gebracht.

woensdag 28 januari 2015

De collectie Charles Thys (3) : stukken van het stadsbestuur

Een derde groot onderdeel van de verzameling die Charles Thys aanlegde, zijn stukken over “de gemeente”, over en door het Tongerse stadsbestuur.

Het merendeel van die stukken verwierf hij van zijn vriend, collega-advocaat en leeftijdsgenoot Joseph Slegers die in de tweede helft van de negentiende eeuw politiek actief was. Die was jarenlang gemeenteraadslid in welke functie hij de stukken bemachtigde.

De meer dan zeventig inventarisnummers betreffen voornamelijk rekeningen, begrotingen en uitnodigingen voor de gemeenteraad uit de periode 1875-1890 en overzichten van inkomsten en uitgaven uit de jaren 1840.

Op de uitnodigingen na bevinden deze nummers zich al in het bestaande archief van de stad.

Een vijftal bijzondere reglementen van de stad kenden we voordien nog niet.

 

De oudste betreffen twee reglementen over de gemeentelijke belastingen. Ze dateren beide uit de Hollandse Tijd.

Het reglement van 1817 bepaalt alle goederen waar belastingen op betaald moeten worden en vooral interessant, op welke plek de belastingen geïnd werden. Dat gebeurde toen aan de stadspoorten en aan “barrieren” die op de steenwegen stonden. Het reglement gaat ook uitgebreid in op de drankproductie en –consumptie.

Dit Franstalige reglement werd tien jaar later, in 1827, aangepast en uitgebreid en ditmaal in het Nederlands uitgegeven.

 

Ons ook onbekend was het boekje opgesteld door de “regering van Tongeren” en getiteld “Boekje afgeleverd aan de dienstboden van beide geslachten” (1826). Gedrukt bij Jan Bernard Smits te Sint-Truiden. Het boekje bevat tien artikels over het ambt van dienstbode met achteraan de mogelijkheid om een inschrijvingslijst van dienstboden bij te houden.

Al sinds enkele decennia is dat beroep niet meer bekend, maar tot voor de Tweede Wereldoorlog was het heel gewoon dat rijkere gezinnen of zelfstandigen één of meer dienstboden, knechten, meiden in dienst hadden. Deze hadden huishoudelijke taken zoals eten maken, kinderopvang, tuinieren, … maar werden ook ingeschakeld als hulp in een winkel of werkhuis.

Heel vaak ging het om jongeren die enkele jaren een stiel kwamen leren of meisjes die “opvoeding kregen in de stad”.

Het komen, “blijven plakken”, en gaan van zovele dienstboden is bijgevolg deel van de geschiedenis van de stad. Daarmee dat dit boekje zo bijzonder is.

Jammer genoeg werd de inschrijvingslijst niet bijgehouden en is het bijhorende register niet bewaard gebleven. Het reglement gold nog in de jaren 1840 want toen vond de enige vermelding plaats in het boekje, namelijk van Marie Martens uit Grote-Spouwen die op 15 augustus 1848 werd ingeschreven als dienstmeid bij “ontvanger” L’Ainé in de Koolkool te Tongeren.

 

Ook bijzonder is het “reglement aangaande de publieke straten, plaatsen en gebouwen”. Uitgegeven in beide landstalen in 1837 en gedrukt door Frans Titeux te Tongeren. In 64 artikels komt het hele gebruik van de openbare ruimte aan bod, gaande van het gebruik van paarden, huisvuil op de straat tot de grootte van winkelruiten en uithangborden.

Wat ook speciaal is aan het reglement is de drukker. Frans Victor Titeux (°1819 te Maaseik) stamde uit een drukkersfamilie. Zijn vader, stadsdrukker van Maaseik, baatte in de Wurfeldermolen een papiermolen uit en was zeer bekend als drukker. Deze molen zou tot 1863 in werking blijven. Frans Victor verhuisde op jonge leeftijd naar Tongeren. Zijn vader had hem deze raad gegeven omdat in onze stad het nieuwe gerechtshof gevestigd werd (afsplitsing van Maastricht) dat bevoegd was voor het arrondissement Tongeren-Maaseik.

Zijn verblijf duurde echter niet lang. In de jaren 1840 verhuisde hij naar Hasselt waar hij op de Grote Markt een drukkerij ging uitbaten. Hij werkte onder andere voor de provincie en drukte De Hasselaar.

Tongeren verloor zo weeral een jonge drukker nadat de eerst gekende stadsdrukker Jan Billen (°1810 te Alken), die zich in 1829 te Tongeren had gevestigd, in 1834 naar Hasselt was verhuisd.

 

Laatste stuk dat we vermelden, is één van de weinige negentiende-eeuwse gemeentelijke aanplakaffiches die ons resten. De affiche is gedateerd 1843 en haalt enkele artikels aan uit het politiereglement over het “sluiten van de herbergen”.